Nieuwe Publisher

Introductie in de Nieuwe Publisher

 

Processen die beschreven zijn in de Sensus BPM Designer kunnen worden gepubliceerd met behulp van de Publisher. Dit is de weergave van de procesinformatie in een web omgeving, die door andere belanghebbenden geraadpleegd kan worden. Op die manier kunnen medewerkers van een organisatie op willekeurige momenten relevantie informatie over processen opzoeken, zonder toegang te krijgen tot de Sensus BPM Designer.

Als je publisher opent heb je aan de linkerkant een verticale kolom staan. In deze kolom kan je de gewenste categorie selecteren. Hierna krijg je de informatie van de categorie te zien.

Ook heb je een aantal knoppen welke niet doorverwijzen naar een categorie, namelijk:

Dashboard:
Deze pagina is een overzichtspagina waarop de categorieën, favorieten en laatst geopende acties te zien zijn. Op deze pagina kan de Visual Navigator ook geopend worden.

Favorieten:
Onderaan de linker kolom staat een sterretje, deze knop toont de informatie welke als favoriet is geselecteerd. Om informatie als favoriet op te slaan dient er rechts boven het gewenste veld op het sterretje geklikt te worden.
Als je op de favorietenpagina op een naam klikt wordt je doorverwezen naar de gewenste informatie.
Wanneer je een pagina niet meer als favoriet wilt klik je op de gewenste pagina op het sterretje, als deze uit is gevinkt kan je hem niet terugvinden op de favorietenpagina. Je kan de pagina ook niet meer favoriet maken door onder het kopje favorieten op het bookmark icoon te klikken.

 

Ik heb een categorie geselecteerd, wat nu?

Na het selecteren van een categorie krijg je informatie te zien welke beschreven is in de designer. Er zijn een paar koppen waar specifieke informatie staat, namelijk:

Overzicht:
Op deze pagina is de volledige boomstructuur te zien. In de boomstructuur kan je informatie inzien van een bepaald proces door hier met je muis op het gewenste proces te gaan staan, hierna komt de informatie in de linker kolom in beeld.

Als je de informatie wilt zien van een ander proces hoef je hier alleen maar met je muis op te gaan staan, hierna krijg je dit te zien.

Het is ook mogelijk om het informatieveld vast te zetten, hiervoor kan je op de pin klikken. De pin kan je vinden in de balk tussen de procesboom en het informatieveld.  Als je pin blauw is blijft het informatieveld staan, als je op een ander proces gaat staan krijg je de informatie dus niet te zien. Het grijze icoon geeft aan dat het informatieveld niet vaststaat, als je op een ander proces gaat staan krijg je de onderliggende informatie te zien.

De informatie in de linker kolom kan ook weergegeven worden in een pop-up. Om de weergave hiernaar te veranderen klik je op het volgende icoontje: Dit icoon kan je vinden in de balk tussen de procesboom en het informatieveld.

De pop-up welke hierna in beeld komt kan je verplaatsen van locatie door te klikken en te slepen in het zwarte vak bovenin de pop-up. Je kan de pop-up groter maken door in de rechterhoek of aan de linker- of onderkant van het kader te slepen. Pas de maat hierna aan naar wens.

Wanneer je de informatie van het proces volledig wilt zien klik je op het proces zelf, hierna krijg je de informatie volledig in beeld. Als een proces zwarte tekst heeft zit er een flow in het proces, is de tekst grijs dan zit er geen flow in het proces.

Flow:
Hier is de flow van het proces te zien. Op dit niveau heb je net zoals op het overzicht niveau een informatieveld in de rechter kolom. Van de kolom kan je, net zoals in het overzicht, een pop-up maken. Klik hiervoor op het volgende icoontje:

Aan de linkerkant van de pagina kan de weergave van de flow aangepast worden. De bovenste 2 knoppen geven de mogelijkheid om de verantwoordelijke afdeling en/of functie te tonen in de flow.
De onderste 4 knoppen passen de flow aan, hier kan je mee aangeven hoe de flow weergegeven moet worden.

Informatie:
Deze pagina geeft informatie over het geselecteerde proces. Op de pagina zijn de sjablonen te zien welke onder het proces vallen, welke rollen en/of functies en welke andere iconen er zijn gekoppeld

Op deze pagina kan je klikken op een icoon welke gekoppeld is aan het proces. Door er op te klikken wordt er een scherm getoond met informatie over dit icoon. Als je de informatie van het icoon groter wilt zien klik je in de overlay op de (zwarte) balk bovenin. Je komt hierna in het veld van het icoon.

Responsibility Matrix:
Op deze pagina staat aangeven welke rol en/of functie verantwoordelijk is voor een bepaalde actie.

Report (In bijv. de categorie afdelingen en functies):
Onder het kopje report is te zien aan welk(e) proces(sen)/actie(s) de functie/rol is gekoppeld. Via dit veld kan je eenvoudig zien waar een functie of rol verantwoordelijk voor is.

 

Kolom weergave:
In een categorie staat er rechtsboven een schuifje om de informatie in de columnview te zien. In deze weergave krijg je dezelfde informatie te zien als in de tree view, de weergave is alleen anders.
Aan de linkerzijde staat het organisatieniveau, hoe meer naar rechts je gaat hoe dieper je gaat. Als je hierna een proces aanklikt kom je in de flow weergave.
Hierna staat aan de rechterkant, naast de processen informatie over het proces geschreven.
Als je een proces hebt geselecteerd veranderd de rechterkolom in een informatieveld voor de iconen in de flow.

 

Hoe werken de gebruikersinstellingen?

Navigatie instellingen:

  1. In plaats van het venster welke naar boven komt als je er met je muis overheen beweegt moet je 1 keer klikken om het veld naar boven te halen. Om het proces te openen moet er 2 keer geklikt worden.
  2. Je gaat nu naar het gekoppelde flow diagram wanneer je binnen de computer activiteit navigeert.
  3. Je gaat nu naar het gelinkte proces wanneer je naar de IT computer activiteit navigeert.
  4. Als er één document is gekoppeld aan een computer activiteit ga je direct naar het gekoppelde document toe.
  5. Open het gelinkte proces wanneer je navigeert naar de Process Connector Activity.

Schema instellingen:

  1. Je krijgt de verantwoordelijk functie te zien in de flow nadat deze functie is aangevinkt.
  2. Deze functie geeft je de mogelijkheid om de verantwoordelijke functie in de flow te tonen.
  3. Als deze aanstaat worden er nummer getoond bij de iconen.

 

Hoe werken de administratorinstellingen?

Dashboard: Hierin staat een overzicht van de versies van het project. De Publisher van de verschillende versies is hierin te openen.

Algemene instellingen: Hier kunnen standaard instellingen aangepast worden.
Je kan hier bijvoorbeeld aangeven waar de home knop naar dient te navigeren, hoe externe url’s geopend moeten worden en nog meer algemene instellingen van de publisher.
Ook is het mogelijk om een eigen stijl op te maken voor de publisher, dit die je als volgt:
Algemene instellingen -> Aangepaste stijlen: In dit veld laad je een eigen CCS sheet in.

Project views: Dit is een instelling welke eerst aangezet moet worden in de algemene instellingen. Hierna kan je aangeven wat er getoond wordt bij een specifieke weergave. Onderstaand staat meer geschreven over deze functie.

Delen: Op deze pagina is het mogelijk om de url van een direct link/visual navigator scherm te vinden en te delen.
Na het aanklikken van deze optie kan je kiezen welke versie je wilt gebruiken voor de link, na het selecteren hiervan kies je op je de link van een direct link of een scherm wilt delen. Klik hierna op het gewenste item. De link welke in beeld komt kan je hier gebruiken om de informatie te delen.

URL verkorter: Hier is het mogelijk om de prefix van de URL verkorter aan te passen.

Discussie: Deze instelling geeft een overzicht van de opmerkingen welke zijn gemaakt op een locatie in het project. Onderstaand staan meer informatie geschreven over de werking hiervan.

 

Hoe wissel ik van project in de publisher?

Rechtsboven staat een kolom met je naam. Hover hier met je muis overeen en klik op “Select different project”. Je wordt doorverwezen naar een nieuwe pagina en je hebt de mogelijkheid om een andere licentie en project te selecteren. Ook kan er een bepaalde versie (Is dit het geval voor alle gebruikers?) van het project geselecteerd worden.

 

Hoe pas ik de weergave van een project aan om niet iedereen alles te laten zien? Project views:

Om gebruikers informatie wel of niet te laten zien kan er bij de instellingen onder algemene instellingen het vinkje Project Views aangevinkt worden. Als deze aanstaat (na het opslaan van de instellingen) komt er een extra kolom bij in de instellingen: Project views.

Bij de project views kan een versie geselecteerd worden. Na het selecteren van de gewenste versie kan er voor de versie aangevinkt worden wat wel en wat niet zichtbaar is voor de geselecteerde view. Er kan bovenin een naam gegeven worden aan de view.

Als de vinkjes goed zijn ingesteld klik je onderaan op save view, hierna is de view opgeslagen. Als je nog een extra weergave wilt opslaan klik je op het plusje. Hierna krijg je een extra weergave, hierin kunnen weer andere vinkjes aangevinkt worden.

Indien een extra weergave niet juist is en verwijderd moet worden klik je op de prullenbak. Als een weergave wel moet blijven bestaan, alleen deze (tijdelijk) niet beschikbaar moet zijn zet je het vinkje in de kolom geactiveerd uit.

Als je de standaard versie aan wilt passen klik je bij een andere view op het knopje default.

 

Discussie:

In de Publisher is het mogelijk om een comment achter te laten bij een bepaald icoon. Aan de rechterzijde is een icoon te zien met een chatbox. Door op dit icoon te klikken komt er een veld naar voren waar een comment achtergelaten kan worden.

In de instelling van de publisher (global settings) kan je de geschreven comments bekijken.
Onder het kopje Project version klik je op de gewenste versie, na het selecteren hiervan krijg je de comments te zien welke gemaakt zijn onder deze versie.

In het overzicht staat aangegeven waar de comments gemaakt zijn, wie deze heeft gemaakt en wanneer deze gemaakt is.

Related Articles

Translate