Niveau’s: uw processtructuur uitwerken

Sensus BPM Designer werkt standaard volgens de principes van de Sensus-methode. Dit betekent dat er voor de processtructuur maximaal 6 hiërarchische niveaus kunnen worden gebruikt. Deze niveaus zijn zichtbaar in de boomstructuur (treeview) en in de canvasweergave. De beschikbare niveaus zijn:

Om uw processtructuur vast te leggen gaat u links in beeld naar de tab ‘Processen’ in de boomstructuur. De boomstructuur is hiërarchisch opgebouwd. Elk component heeft een uniek volgnummer en deze nummering is eveneens hiërarchisch opgesteld.

Binnen de Sensus-methode worden de volgende niveaus gebruikt:

 Organisatie

Dit icoon symboliseert het geheel van georganiseerde activiteiten en organisatieprocessen. De meeste projecten bevatten slechts één organisatie. Bij nieuwe projecten begint u altijd met het toevoegen van een organisatie.

Organisatie toevoegen:

  1. Een organisatie kan alleen toegevoegd worden wanneer u de weergave van het hoogste niveau binnen uw project voor zich heeft. Klik daarvoor op  in de boomstructuur.
  2. Klik en sleep vervolgens met uw linker muisknop ingehouden het organisatie-icoon  naar een positie in het tekenveld.
  3. Het nieuwe organisatieniveau is nu toegevoegd.

Thema

Dit icoon omvat een verzameling van hoofdprocessen met een gemeenschappelijk thema (bijvoorbeeld ‘primaire processen’).

Thema’s toevoegen:

  1. Een thema kan alléén onder een organisatie worden toegevoegd. Klik daarom eerst op de organisatie  waaronder u een thema wilt toevoegen in de boomstructuur (Eventueel kunt u op het project-icoon klikken om de totale processtructuur in de canvasweergave op te roepen).
  2. Klik en sleep nu met uw linkermuisknop ingehouden een thema-icoon  vanuit de iconenbalk op een organisatie in de canvasweergave.
  3. Het thema is nu onder die organisatie toegevoegd. U kunt meerdere thema’s onder een organisatie toevoegen.

LET OP: Thema’s worden niet altijd gebruikt. Daarom kan dit niveau ook uitgeschakeld worden in de applicatie.

Hoofdproces

Een Hoofdproces is een verzameling van processen rond een gemeenschappelijk hoofddoel.

Hoofdprocessen toevoegen:

  1. Een hoofdproces kan onder een thema worden toegevoegd of, wanneer thema’s niet geactiveerd zijn, direct onder een organisatie. Klik daarom eerst op een thema of hoger niveau in de boomstructuur.
  2. Klik en sleep nu met de linkermuisknop ingehouden een Hoofdproces-icoon  vanuit de iconenbalk op een thema / organisatie in de canvasweergave.
    zie ‘Processen Vastleggen‘.
  3. Het hoofdproces is nu onder het thema toegevoegd. U kunt meerdere hoofdprocessen onder een thema / organisatie toevoegen.

Proces

Een proces is een afgerond geheel van een opeenvolging van activiteiten met een gemeenschappelijk einddoel.

Processen toevoegen:

  1. Processen kunnen alléén onder hoofdprocessen worden toegevoegd. Klik daarom eerst in de processtructuur links in beeld op het gewenste hoofdproces of een hoger niveau.
  2. Klik en sleep nu met uw linker muisknop ingehouden een proces-icoon  vanuit de iconenbalk op een hoofdproces in het canvas.
  3. Het Proces is nu aan dat hoofdproces toegevoegd. U kunt meerdere processen aan één hoofdproces toevoegen.

Activiteit

Een activiteit is een bouwsteen voor de totale beschrijving van processen. De Sensus-methode hanteert procesmodellen op basis van 8 verschillende activiteiten. Voor meer uitleg over de verschillende activiteiten en het modelleren van processen, klik hier.

Activiteiten toevoegen:

Hieronder wordt alléén uitgelegd hoe u een activiteit aan een proces toevoegt. Verdere uitleg over het modelleren van processen vindt u in Processen Vastleggen.

  1. Klik met uw linker muisknop op het gewenste proces in de boomstructuur, waaraan u activiteiten wilt toevoegen. U kunt ook op een proces dubbelklikken in de canvasweergave om naar het activiteitenniveau van dat proces te navigeren.
  2. De verschillende activiteiten worden nu in de iconenbalk weergegeven. Klik en sleep met uw linker muisknop ingehouden een activiteit  naar het canvas.
  3. De activiteit is nu toegevoegd. In de boomstructuur worden de actviteiten ook onder het betreffende proces vermeld.

 Handeling

Handelingen worden gebruikt om gedetailleerde beschrijvingen van een activiteit toe te voegen (het ‘hoe’ van een activiteit). Handelingen kunt u gebruiken voor het vastleggen van werkinstructies, handleidingen en / of applicatieflows.

Handelingen toevoegen:

  1. Handelingen kunnen alléén aan activiteiten worden toegevoegd (maar dus wel aan elk type activiteit, zoals actie, invoerdocument…). Klik op een proces in de boomstructuur om de flowweergave in het canvas op te roepen.
  2. Klik nu bij een activiteit in het canvas op het ‘pijltje’ in de rechterbovenhoek van de activiteit.
  3. U bevindt zich nu op het handelingen-niveau van deze activiteit.
  4. Klik en sleep met uw linker muisknop ingehouden een handeling  op het canvas. De handeling is nu toegevoegd. U kunt meerdere handelingen toevoegen aan één activiteit. In de boomstructuur worden de toegevoegde handelingen nu onder de activiteit weergegeven.

Voor meer uitleg over handelingen gaat u naar Processen vastleggen.

 

Extra: het uiterlijk van icoontypes aanpassen

De werking van de applicatie en de wijze van structureren en modelleren van processen volgt de richtlijnen van de Sensus-methode. Standaard zullen de iconen daarom ook het uiterlijk van de Sensus iconen hebben. U kunt het uiterlijk van elk type icoon echter aanpassen. Dit doet u met behulp van de Template editor. Meer informatie hierover vindt u onder ‘Icoontemplates wijzigen in de template-editor’.

De Sensus-methode maakt gebruikt van de volgende acht iconen:

(Dit overzicht is geen volledige beschrijving van de methode. Dit is slechts bedoeld als geheugensteuntje voor gebruikers)

Actie Een Actie betreft alle handelingen die door een persoon worden uitgevoerd. Een Actie bevat een werkwoord en zelfstandig naamwoord en ze kost tijd.
Computeractie Een Computeractie is een actie (kost tijd, bevat werkwoord/zelfstandig naamwoord) waarbij een specifieke computerapplicatie wordt gebruikt.
Invoerdocument Een Invoerdocument is een papier of een computer-bestand met een zekere status, dat informatie bevat. Het is nodig om een Actie te kunnen uitvoeren, en kan dus input zijn voor die Actie.
Uitvoerdocument Een Uitvoerdocument is ook papier of een bestand met informatie, maar dan als resultaat van een Actie of een Proces.
Keuze Een Keuze is een kruispunt in de procesbeschrijvingen. Een Keuze wordt kort geformuleerd, eindigt op een vraagteken en moet beantwoord kunnen worden met ‘ja’ en ‘nee’.
Aanleiding/Resultaat Een Aanleiding / Resultaat geeft de start of het resultaat van een proces of actie aan, niet zijnde een document.
Archief Een Archief is een voorwerp of meubelstuk (tastbaar) of een opslagmedium of een plek daarop (digitaal) waarin/waarop documenten worden bewaard.
Procesverwijzing Een Procesverwijzing is het koppelstuk waarmee verschillende processen aan elkaar verbonden worden.

Gerelateerde artikelen