Opbouw en functies van de Sensus BPM Designer

De user interface van de Sensus BPM Designer is opgebouwd uit 3 hoofdvelden: de boomstructuur, het tekenveld en de icoon-kenmerken. Daarboven wordt de menubalk getoond en tussen de boomstructuur en het tekenveld de iconenbalk.

Hieronder volgt per onderdeel van de interface een uitleg.

 

De menubalk

Bovenaan in de interface ziet u de menubalk. Hier vindt u algemene functionaliteiten voor het werken met de Sensus BPM Designer terug. Dit zijn (van links naar rechts):

  1. Uitklap / inklap icoon: Met deze knop kunt u de boomstructuur verbergen / weergeven. Door de boomstructuur in te klappen ziet u meer werkruimte van het tekenveld.
  2. Nieuw’: Door op deze knop te klikken kunt u een nieuw project beginnen. Wanneer u reeds in een project aan het werken bent, zal u gevraagd worden of u dit project wilt opslaan.
  3. Open’: Hiermee kunt u een prohect dat u eerder heeft opgeslagen openen. U kunt projecten openen vanaf een lokale opslaglocatie, een cloudopslag, Google Drive of een Dropbox locatie. Wanneer u reeds een project heeft geopend, zal worden gevraagd of u dit project eerst wilt opslaan.
  4. Bewaar’: Hiermee kunt u uw project opslaan. Het project kan opgeslagen worden op een lokale opslaglocatie, in een cloudopslag, Google Drive of Dropbox locatie.
  5. Export’: Door deze optie aan te wijzen verschijnt het drop-downmenu dat de exportopties toont. In dit drop-down menu kunt u op een optie klikken om een rapport van (een deel van) uw project te genereren (bijvoorbeeld een PDF rapport).
  6. Template Editor’: Door deze optie aan te klikken wordt het menu geopend om datavelden aan te maken en te beheren. In dit menu kunt u ook categorieën beheren. LET OP: deze optie is niet beschikbaar in de Sensus BPM Designer Lite.
  7. Middelen’ (onder ‘Project’): Wanneer u deze optie aanwijst, verschijnen de mogelijkheden om projectcontroles te doen, of te zoeken / vervangen in uw project.
  8. ‘Zoeken / Vervangen’: Wanneer u deze optie selecteert, verschijnt het Zoek / vervang menu in beeld:
  9. ‘Versiebeheer’: Met deze optie kunt u van uw project een definitieve versie genereren, of een bepaalde projectversie oproepen om te bekijken. In de helpfile onder Versiebeheer leest u meer over deze functie.
    LET OP: Deze optie is niet beschikbaar in de Sensus BPM Designer Lite.
  10. Bibliotheek’: Met deze optie kunt u het menu openen om Bibliotheekprojecten te beheren. Meer uitleg hierover vindt u in de helpfile onder ‘Bibliotheek’.
  11. Visual Navigator’: Door op deze optie te klikken wordt het menu geopend waarin u de publicatie van uw project kunt opzetten en beheren. Meer informatie hierover vindt u in de helpfile onder ‘Publiceren’.
  12. Versies’: Wanneer u deze optie aanwijst, verschijnen in het drop-down menu de verschillende projectversies die binnen het project aanwezig zijn.
    LET OP: Deze optie is niet beschikbaar in de Sensus BPM Designer Lite.
  13.  Helpfile-knop: Door op deze knop te klikken wordt de online helpfile voor de Sensus BPM Designer geopend.
  14.  Project-instellingen: Wanneer u op deze knop klikt, wordt het menu geopend om uw project-instellingen te wijzigen.

 

De opties in dit menu zijn:

  • Standaard instellingen: Klik deze optie aan om de weergave instellingen terug te zetten naar de oorspronkelijke waarden.
  • Toon icoon naam: Met deze optie kunt u de naamgeving van iconen (dus ook bijvoorbeeld die van Afdelingen / Functies) weergeven of verbergen in de weergave op het tekenveld.
  • Toon volgnummer: Hiermee kunt u de nummering van iconen weergeven of verbergen.
  • Toon afdeling: Hiermee worden de verantwoordelijke afdelingen verborgen / getoond in de weergave op het tekenveld.
  • Toon functie: Idem als voor ‘Toon afdeling’, maar dan voor verantwoordelijke functies.
  • Toon functieverloop: Deze optie maakt het mogelijk om in een ‘swim lanes’ flow het procesverloop op basis van iconen niet alleen van rechts naar links (of bij een horizontale swim lanes flow van boven naar beneden) te tonen, maar ook trapsgewijs. Met andere woorden: bij inschakelen van deze optie worden de activiteiten trapsgewijs ingedeeld in swim lanes.
  • Bundel afdelingen: Wanneer deze optie aangevinkt is, worden de swim lanes van functies van dezelfde afdeling naast elkaar gepositioneerd. Als deze optie uitgevinkt is, worden de swim lanes ingedeeld op volgorde van hun voorkomen in de flow (eerst genoemde fucntie als eerste lane, tweede als tweede lane…).
  • Zet mouse-over modus aan / uit: Aangevinkt zullen de hulp-items bij belangrijke onderdelen van de modeler vanzelf verschijnen wanneer u met uw muiscursor een vraagteken-icoon aanwijst.

 

 Taalknop: In het drop-down menu onder deze knop kunt u de taal-instellingen van Sensus BPM Designer wijzigen.

Userknop: In het drop-down menu onder deze knop kunt u naar de gebruikersportal navigeren, uitloggen of het dashboard van Sensus BPM Designer openen.

 

De boomstructuur (treeview):

Links in beeld ziet u de zogenaamde Boomstructuur of Treeview. In dit veld worden alle projectcomponenten hiërarchisch weergegeven. U kunt een deel van de boomstructuur in het tekenveld openen door op een item in de boomstructuur te klikken.

Via de boomstructuur kunt u ook naar andere projectonderdelen navigeren. Zo kunt u, door op ‘Afdelingen & Functies’ te klikken, de tab openen om uw organogram te modelleren. De weergave in het tekenveld zal automatisch met de geselecteerde tab verschuiven.

Klik op de zwarte driehoekjes voor een icoon in de boomstructuur om de onderliggende niveaus uit te klappen / te verbergen.

LET OP: In de Sensus BPM Designer Lite zijn standaard ‘Processen’ en ‘Afdelingen & Functies’ beschikbaar in de boomstructuur. In Sensus BPM Designer kunt u ook gebruik maken van de tab ‘Documenten’ en ‘Applicaties, of u kunt een zelf toegevoegde tab (Categorie) selecteren.

In de boomstructuur kunt u de nummering van iconen aanpassen. Iconen in bijvoorbeeld procesflows zullen hierdoor niet van locatie in de flow veranderen, maar alleen van nummer worden gewijzigd.

Om een icoon nummer te wijzigen, sleept u het icoon met de linker muisknop ingehouden naar boven of beneden in de boomstructuur.

LET OP: Wanneer u iconen versleept naar een ander bovenliggend niveau, zullen iconen wél verplaatst worden naar dat onderdeel.

 

Tekenveld (Canvas):

  1. Het tekenveld bevindt zich in het midden van de user interface, tussen de boomstructuur en het icoon kenmerken scherm. In het tekenveld wordt visueel het project(-onderdeel) weergegeven. Wanneer u een proces heeft geselecteerd in de boomstructuur, wordt de procesflow in het tekenveld getoond.
  2. Nieuwe items (hoofdprocessen, processen, activiteiten, afdelingen en functies, etc.) voegt u toe via het tekenveld. Daarvoor gebruikt u de iconenbalk, die tussen de boomstructuur en het tekenveld wordt weergegeven. De iconenbalk toont de beschikbare items die u kunt toevoegen op basis van het component en niveau dat u heeft geselecteerd.
  3. Om een item toe te voegen in het tekenveld, klikt en sleept u met uw linker muisknop een icoon vanuit de iconenbalk naar het tekenveld. U kunt deze iconen verplaatsen door ze in het tekenveld met uw linkermuisknop ingehouden naar een andere locatie te slepen.

 

 

LET OP: Op activiteitenniveau (wanneer u een proces heeft geselecteerd in de boomstructuur) en in de tab ‘Afdelingen & functies’ zullen iconen automatisch aan elkaar verbonden worden wanneer u een icoon op een ander icoon sleept in het tekenveld.

  1. Met behulp van de knoppenbalk boven het tekenveld kunt u iconen in het tekenveld knippen, kopiëren, plakken etc. De knoppen die in deze knoppenbalk voorkomen zijn (van links naar rechts):
    1. Niveau omhoog: Met deze knop kunt u eenvoudig naar een bovenliggend niveau navigeren.
    2.  Knippen: Wanneer u iconen in het tekenveld heeft geselecteerd, kunt u deze met de Knip knop knippen.
    3. Kopiëren: Hiermee kopieert u geselecteerde iconen naar het Klembord.
    4.  Plakken: Hiermee plakt u geknipte / gekopieerde iconen in het tekenveld. LET OP: gekopieerde iconen kunnen alleen geplakt worden op hetzelfde niveau als waar ze vandaan kwamen.
    5. Verwijderen: Hiermee verwijdert u de iconen die u in het tekenveld heeft geselecteerd.
    6.  Zoombalk: Met deze schuifbalk kunt u in- en uitzoomen in het tekenveld.
  2. U kunt meerdere iconen tegelijk selecteren in het tekenveld, door met uw linkermuisknop ingehouden een selectiekader om de iconen te slepen in het tekenveld.

 

LET OP: Bij sommige onderdelen van de Sensus BPM Designer bevat de knoppenbalk van het tekenveld meer / andere knoppen. Deze worden in de bijbehorende onderdelen van de online help nader toegelicht.

 

 

Icoon kenmerken:

Wanneer u een icoon selecteert in de boomstructuur of in het tekenveld, worden de kenmerken van dit icoon rechts in beeld getoond. Dit deel van de interface wordt ‘Icoon Kenmerken genoemd. U kunt hier de naam van een icoon aanpassen of andere informatie van het icoon wijzigen.

Bij alle iconen is standaard een naam- en  toelichtingsveld aanwezig. De overige velden zijn icoon-specifiek. Meer uitleg hierover vindt u onder Kenmerken van Iconen in de online helpfile.

U kunt een tekst in een toelichtingsveld invoeren door in het veld te klikken. U kunt ook bij het veld op het ‘Expand’ knopje  klikken. Het toelichtingsveld wordt nu als pop-up getoond. U kunt hier meer opties gebruiken om uw tekst op te maken. Klik op het vinkje links boven in dit scherm om de toelichting toe te passen.

 

Overige functionaliteiten van de Sensus BPM Designer interface:

Zowel de boomstructuur als het icoon-kenmerkenveld kunnen verbreed en versmald worden, of helemaal verborgen worden.

De boomstructuur kunt u verbergen door op de Weergeven / Verbergen knop in de menubalk te klikken

U kunt de boomstructuur ook handmatig in afmetingen wijzigen, door met uw muis precies op de overgang van de boomstructuur naar de iconenbalk te klikken en de boomstructuur breder of smaller te slepen.

Voor icoon kenmerken kunt u hetzelfde doen. U kunt de icoon kenmerken verbergen door op de verticale grijze balk tussen het tekenveld en de icoon kenmerken te klikken.

U kunt de icoon kenmerken handmatig in afmeting wijzigen door precies tussen de icoon kenmerken en de verticale grijze minimaliseerbalk te klikken en de kenmerken breder of smaller te slepen.

 

Gerelateerde artikelen